Onderwijs mediawijs
Mediawijs op de pabo

Aandacht voor de media voor en door de leerkracht

Inleiding

Van (toekomstige) leerkrachten wordt verwacht dat ze hun leerlingen digitaal geletterd maken en dat ze dit zelf ook zijn. En we verwachten ook van de leerkrachten dat ze de nieuwste technologieën integreren in hun lessen. Maar digitale geletterdheid integreren in de klas vormt voor veel leerkrachten in het primair onderwijs een struikelblok. Ook voor de toekomstige leerkrachten die nu op de pabo zitten.

Uit onderzoek van de Raboud Universiteit Nijmegen (2013) bleek dat er op pabo’s onvoldoende aandacht wordt besteed aan mediawijsheid. Eén van de vier vaardigheden onder digitale geletterdheid. En dat terwijl bekwaamheid op dit gebied juist hard nodig is om afwisselend onderwijs aan te bieden. Dit gebrek werkt door in de beroepspraktijk: afgesturdeerde leerkrachten blijken vaak niet competent genoeg in het omgaan met, het begrijpen van en het strategisch inzetten van (digitale) media in de lespraktijk. Dit geldt natuurlijk ook voor de andere drie vaardigheden behorende aan digitale geletterdheid zoals ICT basisvaardigheden, informatievaardigheden en computational thinking.


Inmiddels zijn we een paar jaar verder, hoe staat het nu er voor? Zijn de curricula al aangepast? Zijn er al pabo’s succesvol aan de slag met mediawijsheid? Hoe zit het met  de drie overige vaardigheden respectievelijk informatievaardigheden, ICT basisvaardigheden en computational thinking? En welke tools en handvatten zijn er al beschikbaar? In deze publicatie besteden we aandacht aan de stand van zaken rondom digitale geletterdheid met de focus op mediawijsheid. We geven tips, inspiratie en ideeën om als pabo-student straks mediawijs en dus digitaal geletterd voor de klas te staan.

Het genoemde onderzoeksrapport is tot stand gekomen door:

  • nationale leerlijnen en methodes ‘mediawijsheid voor leerlingen’ te analyseren  aan de hand van de competentieniveaus Van Mediawijzer.net; 
  • PABO-curricula te analyseren; 
  • te achterhalen in welke mate leerkrachten zelf mediawijs zijn; 
  • een literatuurstudie naar vaardigheden die een rol spelen bij mediawijsheid; 
  • en het indelen van competentieniveaus van het competentiemodel
    in niveaus per groep in het primair onderwijs.

De digitaal geletterde pabo-student

Kinderen van nu weten niet beter dan dat zij opgroeien met technologie: thuis, met vrienden op straat en ook op school zijn digitale media niet meer weg te denken. Maar dat wil niet zeggen dat kinderen ook mediawijs zijn. Wanneer is een leerling digitaal geletterd? En wat betekent dit voor de leraar (in opleiding) en de basisschool?


Maatschappelijke ontwikkelingen stellen scholen en leraren van oudsher continu voor nieuwe uitdagingen. Een gemedialiseerde en snel veranderende samenleving is er hier één van. De context waarin leerlingen opgroeien wordt sterk bepaald door de aanwezigheid en de invloed van (interactieve) media. De maatschappelijke gevolgen van digitalisering en technologie zijn ingrijpend en voltrekken zich in hoog tempo. Dat heeft gevolgen voor de inhoud, vorm en rol van het onderwijs. De Onderwijsraad (2017) pleit in dat kader terecht voor doordachte digitalisering, zodat het onderwijs optimaal profiteert van de mogelijkheden die deze digitalisering biedt.


Van een bekwame leraar (in opleiding) mag verwacht worden dat hij zijn leerlingen goede lessen digitale geletterdheid geeft, dat hij zich mediawijs en informatievaardig gedraagt en nieuwe technologieën en computational thinking kan integreren in zijn lessen. Hoe digitaal geletterd is echter een (aankomende) leraar? Wat mag een leerling, een schoolleider, een ouder verwachten van een leerkracht? Mag hij ICT en media in de klas weglaten als hij er niets mee heeft? Moet iedere leraar juist een expert zijn op dit gebied? Is een schoolbrede visie noodzakelijk? Wat moet hij in zijn opleiding op de pabo leren?


In 2013 concludeerde Walraven, Paas en Schouwenaars al dat het moeilijk is inzicht te krijgen in hoe de pabo’s in Nederland structureel aandacht besteden aan mediawijsheid. De focus lijkt met name te liggen op het mediawijs maken van de studenten zelf. Niet op de vaardigheden hoe ze als in de toekomst mediawijsheid kunnen onderwijzen.  

Vernieuwend didactisch mediagebruik nauwelijks geleerd

Studenten zijn niet zeker over de eigen vaardigheden om media en ICT didactisch in te zetten in hun onderwijs (Uerz, Van Loon en Kral, 2014). Meer dan de helft van de studenten acht zichzelf hooguit basaal vaardig om dit didactisch in te zetten. Veel pabo-studenten maken tijdens stage gebruik van media en ICT, maar de mate waarin en de wijze waarop is erg afhankelijk van de mogelijkheden op de stageschool. De ervaringen met media en ICT beperken zich in de meeste gevallen vooral tot het inzetten van de meer traditionelere toepassingen als presenteren op het digibord of zoeken van informatie via internet. Vernieuwend didactisch mediagebruik wordt nauwelijks in de praktijk geleerd. Hiervoor zou op de pabo expliciet aandacht moeten zijn. Bovendien moet de pabo hierbij rekening houden met grote verschillen tussen de studenten in basisvaardigheden.

Hoger niveau vakkennis studenten

In de afgelopen jaren hebben de pabo’s wel maatregelen doorgevoerd om het niveau van de vakkennis bij huidige studenten te verhogen, maar hierbij is aandacht voor mediawijsheid ondergesneeuwd. Na introductie van landelijke entreetoetsen om het ingangsniveau van studenten voor taal en rekenen te garanderen, volgden landelijk vastgestelde kennisbases en eindtoetsen voor alle vakken. Met ingang van 1 september 2015 moeten pabo-studenten al vóór de start van de studie voldoen aan ‘nadere vooropleidingseisen’ op het gebied van aardrijkskunde, geschiedenis en natuur en techniek. Door deze ontwikkelingen is er weinig aandacht geweest voor mediawijsheid en digitale geletterdheid in het curriculum op de pabo.


Daarnaast heeft de pabo te maken met een sterk dalende instroom. Er zijn meer vacatures dan dat er studenten aan de pabo afstuderen. Naast het verwachte tekort aan leraren, is de instroom bij met name de pabo’s eenzijdig volgens de Inspectie van het Onderwijs (2017). Weinig mannen, nauwelijks studenten met een migratieachtergrond en weinig havo-gediplomeerden met een natuur- en/of  techniekprofiel beginnen aan de pabo.

Het is volgens Walraven ea (2013) onduidelijk of en hoe er aandacht is voor didactische aspecten van mediawijsheid. Met andere woorden, we weten onvoldoende of  pabo-studenten leren hoe ze mediawijsheid kunnen onderwijzen. Media en mediawijsheid zijn voor pabo-studenten en leerkrachten basisonderwijs vaak nog niet vanzelfsprekend onderdeel van hun lessen. Dit komt deels uit handelingsverlegenheid.

Volgens Van de Beemt (2016) ligt de oorzaak bij de beperkte kennis van leraren en dat ze door de hoge werkdruk weinig tijd overhouden om met ICT en media te experimenteren. Het gebrek aan ervaring zorgt voor koudwatervrees. Van de Beemt geeft aan dat ICT-gerichte leraren een meer open levenshouding hebben, sneller kansen zien en in de les graag toepassingen uitproberen die ze buiten schooltijd hebben ontdekt. De groep leraren die niet ICT-gericht zijn, hebben een meer behoudende levenshouding, en zien eerder bedreigingen dan kansen. Deze laatste groep leraren lijkt op de pabo’s in de meerderheid te zijn. Hierdoor is er van zelfsprekend al snel minder aandacht voor mediawijsheid. Een cirkel die doorbroken moet worden. 

Jongeren, mediawijsheid en digitaal geletterdheid

In het huidige onderwijsdebat is er veel aandacht voor het onderwijs van de toekomst. De discussie richt zich onder meer op de vraag welke kennis en vaardigheden van belang zijn om leerlingen voor te bereiden op een snel veranderende maatschappij. Veel van deze vaardigheden worden samengevat onder de noemer 21e eeuwse vaardigheden. Dit zijn volgens SLO (2016) generieke vaardigheden en daaraan te koppelen kennis, inzicht en houdingen die nodig zijn om te functioneren in en bij te dragen aan de toekomstige samenleving. Over het belang van aandacht voor de vaardigheden bestaat brede overstemming. Om leerlingen goed voor te bereiden op die 21e eeuwse samenleving wordt het algemeen belangrijk gevonden deze vaardigheden een plek te geven in het onderwijs. Volgens Gert Biesta (2016) zijn de 21e eeuwse vaardigheden een goed voorbeeld van neo-liberaal denken. Niet gek dus dat het economische belang vaak een centrale plaats inneemt als het over de toekomstige samenleving gaat. De vaardigheden zou een land immers nodig hebben om bij te blijven in de alsmaar sneller voortgaande wereldeconomie.

De echte uitdaging voor het onderwijs is volgens Biesta (2016) dan ook: hoe vinden en behouden we een gezamenlijke koers, die duurzaam leven en samenleven op onze kwetsbare planeet mogelijk maakt. Dat vraagt overigens meer van het onderwijs dan wat in de huidige discussies over de 21e eeuwse vaardigheden aan de orde komt. Jongeren consumeren en produceren informatie en leveren zo een bijdrage aan de online en offline werkelijkheid. Mediawijsheid - als onderdeel van digitale geletterdheid - integreren in het onderwijs is daarom essentieel, zodat zij volwaardig en actief kunnen participeren in de maatschappij. 

Toenmalig Minister van onderwijs Jet Bussemaker, bij symposium KNAW ‘Vaardigheden voor de toekomst’ (2014): “21e-eeuwse vaardigheden zijn in mijn ogen niet alleen het antwoord op een arbeidsmarkt die daar steeds meer om vraagt. Het zijn ook de katalysatoren om bestaande kennis op nieuwe manieren te kunnen combineren, om zo tot pragmatische oplossingen te komen. En om jonge mensen te stimuleren zich als mens zo compleet mogelijk te ontwikkelen. Onderwijs moet óók altijd een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van jongeren tot creatieve dwarsdenkers en constructieve neezeggers.”

Digitale geletterdheid

SLO en Kennisnet ontwikkelden begin 2016 een model van de 21e eeuwse vaardigheden. Dit model omschrijft elf vaardigheden die leerlingen in hun latere leven nodig hebben. En die ze zich nu in het onderwijs eigen moeten maken. Vier van deze vaardigheden vormen samen digitale geletterdheid.

  • ICT-basisvaardigheden: kennis hebben van standaard software en veilig kunnen internetten.

  • Informatievaardigheden: leren hoe je informatie moet zoeken selecteren, verwerken en gebruiken.

  • Mediawijsheid: bewust, kritisch en actief omgaan met media.

  • Computational thinking: begrijpen hoe informatie tot stand komt zodat je computers kunt gebruiken om problemen op te lossen.

‘Het gaat bij digitale geletterdheid altijd om de
samenhang van deze digitale vaardigheden.’

Mediawijsheid

In deze doorgaande lijn wordt ingezoomd op mediawijsheid als onderdeel van digitale geletterdheid.

Mediawijsheid, als onderdeel van digitale geletterdheid, integreren in het onderwijs is essentieel zodat kinderen volwaardig en actief kunnen participeren in de maatschappij. Kinderen consumeren en produceren informatie en leveren zo een bijdrage aan de online en offline werkelijkheid.

Wat is mediawijsheid? 

Mediawijsheid is een breed begrip. Het gaat om het bewust en actief inzetten van alle beschikbare media - digitaal en analoog, om de kwaliteit van het eigen leven te vergroten én ervoor te zorgen dat je optimaal kunt deelnemen aan de wereld om je heen. Bij mediawijsheid gaat het niet (alleen) om technische vaardigheden, maar vooral om competenties als informatieverwerking, begrip, zelfinzicht (reflectie) en het vermogen om mediaproblemen zelfstandig op te lossen of nieuwe creatieve toepassingen te ontwikkelen.

Hoe meet je mediawijsheid?

Om mediawijsheid te kunnen meten, formuleerde Mediawijzer.net (2012) tien competenties in het Competentiemodel Mediawijsheid. Elke competentie is uitgewerkt in vijf niveaus. Dit model is ontwikkeld op basis van de inzichten en ervaringen van experts. In deze doorgaande lijn Mediawijsheid worden dezelfde hoofdgroepen waarbinnen de competenties beschreven worden gebruikt. Ook Cubiss heeft een instrument ontwikkeld om mediawijsheid maar ook de andere vaardigheden van digitale geletterdheid te meten: De Mediawijsheid Meter.

Eigenwijs...?
Mediawijs...!

Mediawijsheid op de pabo in Brabant

Hoewel aandacht voor mediawijsheid en digitale geletterdheid op pabo’s lange tijd is ondergesneeuwd, groeit het besef dat dit niet langer kan. Bernolf Kramer en Frank Coenders bereiden toekomstige leerkrachten voor om op didactische wijze om te gaan met media en mediawijsheid.

Bernolf Kramer is docent Kind, Leren en Media, onderwijsinnovator en -ontwikkelaar bij Fontys Hogeschool Kind en Educatie (Pabo). Zeven jaar geleden startte hij met de minor Kind, Leren, Media. Hierin is aandacht voor de rol van media in het leven en leren van het kind.

Break to next page after this element (Switch to PDF view)
Pabo-studenten komen niet of nauwelijks in aanraking met mediawijsheid. Dat was mijn constatering, een jaar of zeven geleden. Zowel op de opleiding als in de praktijk was het thema amper een issue. Welke invloed media op het jonge kind hebben en hoe je media kunt inzetten ter ondersteuning van het leren, bleven onderbelicht. Die constatering heb ik voorgelegd aan het bestuur, waarvan ik groen licht kreeg om een minor te ontwikkelen.

Extra verdiepingsslag

Ik ben ‘gewoon begonnen’ en heb eerst een pilot gedraaid met een gemotiveerde groep studenten die graag met media en mediawijsheid aan de slag wilden. Dit heeft veel bruikbare informatie opgeleverd voor de verdere ontwikkeling van zowel de minor als de opleiding. Inmiddels zijn veel van de onderwerpen die we toen behandelden, geborgen in het curriculum. Zo leren onze studenten in het eerste jaar hoe ze het digibord optimaal kunnen benutten, zodat het geen veredelde beamer is. Dit is onderdeel van de basiskennis die we van ze verwachten, net als weten hoe de gemedialiseerde wereld werkt en welke informatievaardigheden kinderen daarvoor nodig hebben. Door deze kennis van al onze studenten te vragen, kunnen we in de minor een extra verdiepingsslag maken.

Hoe krijg je de school in beweging? 

In de minor is tegenwoordig dus veel meer aandacht voor innovatie en voor de vraag: ‘hoe krijg je de school in beweging?’. Ons doel is om studenten af te leveren die hun toekomstige collega’s kunnen inspireren en binnen het basisonderwijs de professionaliseringsslag kunnen maken, die nodig is om nieuwe en digitale media in de klas in te zetten. Daarom moeten ze een visie kunnen ontwikkelen, zodat media structureel het leren ondersteunen. Basisscholen doen natuurlijk al hele mooie dingen: ze schaffen technieken en materialen aan waarmee kinderen aan de slag gaan. Maar er is vaak helaas geen sprake van een structurele aanpak. Dat komt ook omdat het een andere rol van de leerkracht vraagt, waardoor dit soort ontwikkelingen te vaak bij één persoon binnen de school blijven liggen. Daar moeten onze studenten nu en in de toekomst verandering in gaan brengen. Op de gedragsverandering die daarvoor nodig is, leggen we in de minor steeds meer de focus.

Contactpersoon: 
Kennisnet

Veel scholen vragen zich af hoe zij digitale geletterdheid kunnen integreren in hun onderwijs. De vaardigheid van leraren is één van de aspecten die daarbij een rol speelt. Met de workshop Mediawijsheid helpt Kennisnet deze scholen op weg. De workshop maakt leraren bewust van wat mediawijsheid en beeldgeletterdheid is en hoe zij hiermee in de klas aan de slag kunnen.

Waardevolle wisselwerking

Het mooie van de minor is dat studenten die deze volgen, ervaren dat ze tijdens hun stage niet alleen iets komen halen, maar ook iets meenemen naar de school. Er ontstaat een waardevolle wisselwerking tussen de pabo-student en de praktijkomgeving. Dat betekent overigens niet dat we er zijn, met alleen deze minor. Er is nog een wereld te winnen, we staan aan het begin van belangrijke veranderprocessen. De huidige ontwikkelingen vragen bijvoorbeeld om een andere manier van denken. Daar probeer ik onze studenten op voor te breiden.”

Aandacht voor media(wijsheid) door vakdocent

In het eerste jaar leggen we de basis, we willen dat onze studenten ICT-geletterd zijn en dus efficiënt met (digitale) media om kunnen gaan. Daarbij is het belangrijk dat ze hun kennis betekenisvol kunnen inzetten in de onderwijspraktijk. In alle leerjaren en diverse vakken staat dit op de agenda. Bij rekenen, natuuronderwijs, aardrijkskunde en geschiedenis zoeken onze studenten bijvoorbeeld naar middelen waarmee ze hun onderwijs versterken. Welke (gratis) online tools kun je gebruiken om je les anders vorm te geven? De vakdocent daagt studenten uit om lessen te verzorgen op stage, waarbij ze deze middelen op een effectieve manier inzetten. Tijdens Nederlands besteedt de vakdocent extra aandacht aan het zoeken, vinden en op waarde schatten van informatie en bronnen, en onze studenten maken tijdens hun opleiding ook regelmatig video’s en delen deze op YouTube, zodat ze ook hier kennis over opdoen.

Studenten als voorbeeld

Pabo’s moeten innovatief zijn als het gaat om mediagebruik en -wijsheid. Het onderwijs is afwachtend. Zeker in het basisonderwijs wordt de tijd genomen nieuwe technologieën op hun waarde te beoordelen. De (digitale) wereld om ons verandert snel en daar moeten we op anticiperen. Onze doelstelling? Studenten afleveren die ondernemerschap tonen. Op stage wordt in toenemende mate van onze studenten verwacht dat ze media betekenisvol in kunnen zetten in de klas. Daarom creëren we op De Kempel een omgeving waarin ze uitgedaagd worden om met media aan de slag te gaan en zo op hun stageschool een voorbeeld te zijn.

Frank Coenders is al vijftien jaar docent ICT en Media op Hogeschool De Kempel in Helmond, een zelfstandige school met één studierichting: de bacheloropleiding tot leraar basisonderwijs.

Als onderwijskundige ben ik vijftien jaar geleden op De Kempel begonnen om ICT te koppelen aan het onderwijs in de praktijk.

Ik volg de ontwikkelingen op het gebied van media en ICT op de voet en beoordeel welk effect deze kunnen hebben op het (basis)onderwijs. Samen met de vakdocenten laat ik onze studenten zien welke kansen en mogelijkheden ICT en media bieden om hun lessen te ondersteunen.

Variatie in didactische werkvormen

Hoewel de studenten van nu met media zijn opgegroeid en nooit les zullen geven met een krijtje in de hand, hebben ze wel nog vakdocenten en experts nodig om de vertaalslag naar de klas te maken. Er zijn talloze apps die écht een meerwaarde kunnen zijn voor je les, maar dan moet je wel weten dat ze er zijn, wat je ermee kan en hierin de juiste keuzes maken. Dat is een van mijn belangrijkste taken op De Kempel: laten zien wat er mogelijk is én ook vertellen dat je het niet altijd in hóeft te zetten. Variëren in didactische werkvormen, selecteren en de balans vinden is essentieel. We leren onze studenten dus om niet voor de makkelijkste weg te kiezen, maar altijd de vraag te stellen: ‘met welk middel bereik ik mijn doel?’ De ene keer is dat met een filmpje op YouTube, de andere keer is dat door voor de klas te staan en een mooi verhaal te vertellen. Dat vinden kinderen nog steeds prachtig..


Als leerkracht kun je niet blijven teren op de kennis die je ooit hebt opgedaan. Je moet op de hoogte blijven van alle maatschappelijke en technische ontwikkelingen waar kinderen mee opgroeien. Voor leraren is het van groot belang om hierop alert te zijn en daar in de praktijk op een juiste manier op in te spelen. Nascholing kan daar een belangrijke rol in spelen.”

Mediawijsheid op de pabo

Digitaal geletterde leraar?

Nederland kent momenteel geen eenduidig kader ten aanzien van digitale geletterdheid van leraren basinsonderwijs. Verschillende pabo’s en/of schoolbesturen hebben om die reden de laatste jaren eigen richtlijnen geformuleerd. Vermeld mag worden dat de lerarenopleidingen voor het voortgezet onderwijs wel een landelijke Kennisbasis ICT kennen, die door het Algemeen Directeurenoverleg Educatieve Faculteiten is vastgesteld (ADEF, 2013). Deze wordt door sommige pabo’s ook als leidraad beschouwd binnen de opleiding.

In april 2017 is door de Tweede Kamer besloten dat digitale geletterdheid een vaste plaats moet krijgen in het primair onderwijs. Dat betekent voor het onderwijs op de Pabo’s een nieuwe opdracht: leerlingen én studenten digitaal geletterd maken. Daartoe heeft het onderwijs leraren nodig die zélf digitaal geletterd zijn (Uerz en Kral, 2014). De werkelijkheid is echter dat leraren basisonderwijs en lerarenopleiders op de pabo in de praktijk zelf veelal nog onvoldoende digitaal geletterdheid zijn om deze opdracht te realiseren. Om die reden hebben verschillende lerarenopleidingen de afgelopen jaren ondermeer hun lerarenopleiders geschoold ten aanzien van digitale geletterdheid. De lerarenopleider is namelijk een belangrijk rolmodel ten aanzien van digitale geletterdheid (Tondeur, 2012).


Op dit moment zijn lerarenopleiders op de pabo en stagebegeleiders op de basisschool echter nog nauwelijks een rolmodel voor pabo-studenten als het gaat om lesgeven met ICT. Maar weinig opleiders zetten media structureel in, in het eigen onderwijs. En besteden onvoldoende aandacht aan leren en lesgeven met ICT in hun curriculum. Vooral de ICT-geletterdheid en didactische ICT-vaardigheden van de opleider zelf lijken daarvoor nog tekort te schieten (Uerz en Kral, 2014). Aandacht voor didactisch gebruik van ICT in de opleiding is veelal nog te afhankelijk van de toevallige opleider.

Kennisnet (2016) geeft aan dat het thema ICT-bekwaamheid voortdurend in beweging is. Daardoor is er volgens Kennisnet geen vaststaand lijstje met criteria waar scholen/opleidingen zich aan moeten houden. Deze criteria volgen uit de onderwijskeuzes die de school zelf maakt.

Pabo Leermiddelenbank 

Deze leermiddelenbank is met een subsidie van Kennisnet tot stand gebracht door Teachers in Media. In samenwerking met studenten en docenten van de pabo’s HAN, NHL, Viaa Zwolle en Stenden Leeuwarden zijn de e-learning cursussen ontwikkeld.
De leermiddelenbank is kosteloos toegankelijk voor pabostudenten en -docenten,
met als doel de competenties op het gebied van mediawijsheid te vergroten.

Het competentiemodel Mediawijsheid van Mediawijzer.net (2012) kent dus ook een speciale variant met niveau-indelingen voor leraren basisonderwijs en pabo-studenten. Dit model is bruikbaar als onderlegger voor ontwikkelingsgesprekken met studenten. Waar staat een student ten aanzien van de gevraagde competenties. En waarin wil hij zich verder bekwamen? Niet iedereen hoeft overigens expert te zijn, maar alle studenten moeten wel een basis en de juiste attitude bezitten. Datzelfde geldt overigens voor de lerarenopleider. Maar het zou wel prettig zijn als alle studenten tijdens hun opleiding bij een expert stage kunnen lopen. Dat stimuleert de mediawijze ontwikkeling van de student enorm (Tondeur, 2012).

Kennisnet (2016) geeft aan dat het thema ICT-bekwaamheid voortdurend in beweging is. Daardoor bestaat er geen vaststaande lijst met criteria waar opleidingen zich aan moeten of kunnen houden. Deze criteria volgen alleen uit de onderwijskeuzes die de school zelf maakt. 

Kennisnet benoemt vier aandachtsgebieden voor het bepalen van beleid ten aanzien van een bekwame leraar:

  1.  Pedagogisch-didactisch handelen;
  2.  Werken in de schoolcontext;
  3.  Professionele ontwikkeling;
  4.  Digitale geletterdheid.

Pabo’s denken ondertussen samen met het werkveld in het primair onderwijs na over het gewenste beroepsbeeld van de leraar basisonderwijs. Vanuit diverse opleidingen, zoals Fontys, HAN en De Kempel, zijn in samenwerking met Mediawijzer.net en ADEF richtlijnen geformuleerd ten aanzien van de digitale geletterde leerkracht.

Deze richtlijnen hebben gemeen dat er een verdeling is gemaakt naar de eisen in de drie fasen van de opleiding (propedeuse, hoofdfase en afstudeerfase). 


De vier aandachtsgebieden van Kennisnet zijn hierin herkenbaar:


1 - Pedagogisch-didactisch handelen

  • • Lesgeven mbv ICT;
  • • Gebruik van het digibord;
  • • Onderwijs ontwerpen mbv ICT.


2 - Werken in de schoolcontext

  • • Digitale leeromgeving;
  • • Evalueren mbv ICT / leerlingvolgsysteem.


3 - Professionele ontwikkeling

  • • Attitude/mindset; 
  • • Visie en innovatie;
  • • Eigen professionalisering.


4 - Digitale geletterdheid

  • • ICT-basisvaardigheden;
  • • Informatievaardigheden; 
  • • Online geletterdheid (online teksten lezen);
  • • Media maken;
  • • Computational thinking;
  • • Mediaopvoeding en digitaal pesten.

Het worden van een digitaal geletterde leraar vraagt op de eerste plaats om rolmodellen op de pabo én de stageschool. Maar ook om creativiteit in het omgaan met media en creativiteit in het inrichten van het eigen onderwijs. Daarnaast is structurele aandacht binnen het opleidingsaanbod nodig en de ruimte om te experimenteren op de stageschool. Aansluiting bij de (stage)praktijk van de student en verbinding met het leren van leerlingen is essentieel.

Expertsessies mediawijsheid 

Mediawijzer.net organiseerde al in 2015 meerdere expertsessies over de inbedding van mediawijsheid binnen de pabo. Een uitdaging, zo bleek. En blijkt nog steeds.

Enkele conclusies die de expertsessies opleverden zijn:

  • De groep voortrekkers dient verder gaan, regelmatig bijeen te komen via expertsessie, collega’s doen aanhaken en de besturen te overtuigen van de belangrijkheid van mediawijsheid
  • Een symposium in het vooruitzicht te stellen voor pabo’s en studenten
  • Studenten mediawijs maken

Het MediaPakt is een lerend netwerk dat ervoor zorgt dat mediawijsheid binnen het onderwijs structureel aandacht krijgt. Organisaties die zich aansluiten bij het MediaPakt spreken af om de mediawijsheid van leerlingen en leraren te vergroten en elkaar daarin te versterken door samen te werken en kennis te delen. Cubiss is als initiatiefnemer aanjager en verbinder van het MediaPakt.

Ben jij als docent, leidinggevende of directielid werkzaam in het onderwijs en op zoek naar concrete handvatten, praktijkvoorbeelden en inspiratie rondom de structurele invulling van mediawijsheid? Of heb jij juist heel veel ervaring hiermee en wil je je kennis delen? Meld je dan nu aan en ga online samenwerken en kennis delen! 

Doorlopende lijn mediawijsheid

Cubiss heeft in opdracht van de Provincie Noord-Brabant en in samenwerking met de Brabantse bibliotheken en het onderwijs de doorlopende lijnen Mediawijsheid ontwikkeld. Bekijk de publicaties:

Samen wijs met media!

Hoe om te gaan met mediawijsheid bij de allerkleinsten.

Eigenwijs..? Mediawijs..!

Aanpak om mediawijsheid te implementeren in het primair onderwijs.

Leven Lang Mediawijs

Samen aan de slag met mediawijsheid, als onderdeel van digitale geletterdheid.

Levenswijs Mediawijs

Samen aan de slag met mediawijsheid in het mbo.

Inzicht in jouw ict-gebruik met de iX-box en de iX-ray

Leren en lesgeven met behulp van ict is in het onderwijs steeds belangrijker. Leraren moeten over de competenties beschikken om hun leerlingen voor te bereiden op een toekomst waarin ICT-geletterdheid van groot belang is voor leren en werken. Daarom ontwikkelde het iXperium / Centre of Expertise Leren met ict van de Hogeschool Arnhem-Nijmegen (HAN) de iX-box, een Professionaliseringstoolkit Leren en lesgeven met ict. Met deze toolkit kunnen lerarenopleidingen en het onderwijswerkveld zich professionaliseren op het gebied van leren en lesgeven met ict.


De iX-ray Leren met ict is een app die ontwikkeld is voor leraren om een beeld te krijgen van hun ict-gebruik in de praktijk. Met behulp van foto’s en filmpjes uit de onderwijspraktijk, waar je jezelf aan spiegelt, krijg je een terugkoppeling van waar jij staat t.a.v. deze eindkwalificaties en waar je je verder in kunt ontwikkelen.

Colofon

Deze publicatie is een initiatief vanuit het BNB-project Taal & Media voor Jeugd en Jongeren (2013-2015) en doorontwikkeld vanuit het project Vergroten Mediawijsheid dat Cubiss uitvoert in opdracht van de Provincie Noord-Brabant.


Auteurs: Bernolf Kramer, Fontys | Mirjan Albers, : Cubiss met dank aan: Frank Coenders, De Kempel

Redactie: Swaans Communicatie - Tilburg

Illustraties: Ingrid de Jong: Cubiss en ontwerpbureau Imageau

Concept, creatie & techniek: soul.builders - Eindhoven

Mede mogelijk gemaakt door Provincie Noord-Brabant. Versie november 2018

Cubiss - Iedereen Doet Mee!

Leerkracht Mediawijs

Onderwijs Mediawijs
Aandacht voor de media voor en door de leerkracht
Jongeren op het mbo
Jongeren en mediawijsheid en 21e eeuwse vaardigheden
Digitale geletterdheid
Mediawijsheid
Hoe meet je mediawijsheid?
Mediawijsheid op de pabo in Brabant
Mediawijsheid op de pabo
Mediapakt
Doorlopende lijn mediawijsheid
Inzicht in jouw ict-gebruik
Colofon

Over Maglr

Deze publicatie is tot stand gekomen met Maglr Pro